Op 14 juli 2024 stapte de vrouw onder invloed van alcohol en cannabis achter het stuur van de auto. Haar partner wilde haar tegenhouden en stond voor de motorkap. Dit weerhield de vrouw er niet van om met de auto weg te rijden, waardoor haar partner op de motorkap belandde. Hij raakte gewond aan zijn been en voet. In plaats van hulp te verlenen aan haar partner, reed de vrouw naar huis.
Voorwaardelijk opzet
Doordat de vrouw met de auto wegreed terwijl het voertuig met één wiel in de berm en een beetje op het asfalt stond, ging de auto met de neus omhoog. De partner van de vrouw werd hierdoor gelift en zijn voet kam onder de spoiler van de auto terecht. Hierdoor raakte de man zwaar gewond. De rechtbank neemt in overweging dat de man de auto los had kunnen laten als reactie op het oplopen van het letsel. Hierdoor is de kans op de dood groot te noemen, aangezien hij overreden had kunnen worden.
Daarnaast reed de vrouw ongeveer 125 meter met een flinke snelheid, terwijl de man op de motorkap lag. De rechtbank vindt de kans dat de man tijdens de rit van de auto zou vallen en vervolgens overreden zou worden ook groot. Volgens de rechtbank aanvaardde de vrouw de grote kans op het aanrijden van haar partner met alle gevolgen van dien. Dit baseert ze op de handelswijze van de vrouw, die zozeer gericht is op het doden van een ander.
In hulpeloze toestand achtergelaten
Volgens de advocaat van de vrouw is er geen sprake van het verlaten van een plaats ongeval. De gewonde man zou tegen de vrouw hebben gezegd dat zij naar huis moest rijden. Daarnaast bevond de man – volgens de advocaat – zich niet in hulpeloze toestand en handelde de vrouw in een reflex. Volgens de rechtbank staat vast dat de man hulp nodig had. Hij liep een open beenbreuk op en ook zijn andere been bleef niet onaangetast. De man kon niet lopen of zichzelf verplaatsen. De vrouw moet volgens de rechtbank ten minste naar redelijkheid hebben vermoed dat zij letsel aan de man toebracht. Daarnaast liet zij zich niet informeren of er aan de man enige vorm van hulp werd geboden. Zij liet de man dus in hulpeloze toestand achter.
Andere straf dan eis
De officier van justitie eiste 720 dagen celstraf, waarvan 617 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden. De rechtbank komt tot een lagere voorwaardelijk straf. Hierbij houdt ze rekening met de rapportages van de psycholoog en reclassering en met de persoonlijke omstandigheden van de vrouw. Het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf zat de vrouw al in voorarrest uit. Ze hoeft niet terug naar de gevangenis en kan daarom haar behandelingen vervolgen. Wel moet de vrouw nog een taakstraf uitvoeren en mag zij drie jaar lang geen motorrijtuigen besturen.
Bijzondere voorwaarden
De vrouw moet zich tijdens de proeftijd aan bijzondere voorwaarden houden, waaronder (de al gestarte) begeleiding. Ook geldt een meldplicht bij de reclassering. Deze voorwaarden gelden ook in het geval als de vrouw in hoger beroep gaat.